Geen Twijfel

16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
17 En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem; 18 En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
19 Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou; 20 En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.

Misverstanden & Stellingen

 

Misverstanden

In gesprekken over alverzoening komen een aantal vragen en tegenwerpingen regelmatig terug.


  • Waarom sprak Jezus nooit over “een tweede kans na de dood”?
  • “Alverzoening hangt alleen af van een Grieks woordje”.
  • “Bij alverzoening is Christus overbodig”.
  • “Bij alverzoening gaan ongelovigen naar de Hemel”.
  • Is redding door straf geen gedwongen bekering? Kan bekering door straf?
  • “Als alverzoening waar is, kun je net zo goed ‘leven zoals je wil'”.
  • “Als de hel niet voor altijd is, dan is de hemel ook niet voor altijd”.

Waarom sprak Jezus nooit over “een tweede kans na de dood”?

Christelijk universalisme leert geen ‘tweede kans’, alsof de straf een ‘kans’ is. Als er al een ‘kans’ is, dan is dat in dit leven. Bovendien impliceert een ‘tweede kans’  gelijkwaardigheid, alsof degene die de ‘eerste kans’ mist gewoon nog een keer het leven overdoet. De straf na de dood is een straf, geen herkansing. Waar het om gaat is dat de straf een doel heeft: bekering.


Leerde Jezus dat de straf bekering als doel heeft? Ja. In Matteüs 24 en 25 staan meerdere gelijkenissen over het komende koninkrijk en over het oordeel. Jezus maakte duidelijk dat we voorbereid moeten zijn op zijn komst en dat het onverwacht zal zijn. Hij vertelde ook in gelijkenissen wat bepalend is voor het oordeel: hoe je omgaat met wat de Heer je heeft toevertrouwd; hoe je omgaat met de behoeftigen.


Wat religieuze leiders van de Farizeeën en Essenen leerden over de straf weten we via Flavius Josephus. Zij noemden het onder andere een “timoria aidios”.Timoria is het Griekse woord voor “wraakstraf” en aidios is het woord voor “oneindig lang”. Het is heel opvallend dat Jezus in Matteüs 25:46 twee andere woorden gebruikte: “kolasis aionios”. Kolasis is het Griekse woord voor “correctiestraf” en aionios betekent afhankelijk van de context “een lange/gehele periode” of “een bepaalde periode” zoals de periode na het oordeel. Het verschil tussen kolasis en timoria is duidelijk uit geschriften vóór en ná het begin van onze jaartelling. 


Jezus leerde dus wel degelijk een straf met bekering als doel. Maar hoe opvallend deze woordkeus ook is, de prediking van Jezus was gericht op bekering, niet op de vraag of de straf bedoeld is om te bekeren of niet. De straf is niet bedoeld als leuk alternatief, maar als straf!


Er zijn wel meer theologische standpunten die niet door Jezus geleerd worden. Er waren veel dingen die, voor zover we weten, ook voor de discipelen onduidelijk waren en die ze later pas begrepen. Johannes schrijft dat Jezus zelf zei dat er dingen waren die hij nog zou willen vertellen maar die ze nog niet zouden begrijpen, in Johannes 16:1-16. Bovendien zou het kunnen zijn dat Jezus hierover gesproken heeft terwijl het niet in de evangeliën is opgenomen. Gelukkig hebben we ook een aantal brieven in de bijbel, waaruit we kunnen opmaken hoe groot de verlossing is door Christus.


Ook al zijn er weinig duidelijke uitspraken van Jezus zelf, zijn volgelingen leerden duidelijk dat God de redding van alle mensen wil en dat God door Christus alle mensen met zich heeft verzoend.


Alverzoening hangt alleen af van een Grieks woordje:

Dit is juist andersom! Juist de leer van de eindeloze straf hangt helemaal af van dat Griekse woordje. Er zijn veel dreigteksten in de bijbel, maar geen daarvan maakt duidelijk dat de straf niet bedoeld is om te bekeren en in plaats daarvan een permanente eindsbestemming is. Teksten over “onblusbaar vuur” maken duidelijk dat de straf niet zomaar door mensen opgeheven kan worden (zoals een brandend huis dat niet geblust kan worden) maar sluiten niet uit dat God de straf gebruikt om uiteindelijk alle mensen met zich te verzoenen.


Wel zijn er veel teksten die duidelijk maken dat Christus de dood volledig heeft overwonnen, dat zoals door de eerste Adam alle mensen sterven, door de tweede Adam, Christus, alle mensen levendgemaakt zullen worden. Zoals door de zonde van een mens allen zondaren werden, zullen door de gehoorzaamheid van een mens allen rechtvaardigen worden. God wil niet dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen. Gods toorn duurt niet voor eeuwig. God blijft trouw. Dit staat allemaal in de bijbel. Alverzoening hangt niet alleen af van een Grieks woordje. Het wordt consistent geleerd in de bijbel!


Sommigen zeggen dat alverzoening overduidelijk in strijd is met de rest van de bijbel. Het tegenovergestelde is waar. Een straf zonder einde staat haaks op wat de bijbel leert. De enige strohalm voor de theorie van de straf zonder einde is een verkeerde vertaling van aionios.


Bij alverzoening is Christus overbodig:

Misschien zijn er varianten op alverzoening die zoiets leren, maar het is niet bijbels.


Zonder het offer van Christus zou niemand gered zijn. Het offer van Christus brengt verzoening voor alle mensen.


Het is ook niet zo dat redding na het oordeel een alternatief is voor geloof in Christus. Zoals sommige mensen Christus leren kennen doordat ze geboren worden in een Christelijk gezin en andere mensen Christus leren kennen na een zwaar leven, zo leidt ook de straf na de dood ieder mens tot Christus. Hij is de weg, zowel in dit leven als na de dood.


Het is eerder zo dat bij een eindeloze straf het offer van Christus minder krachtig is, omdat het uiteindelijk van het individuele geloof afhangt.


Bij alverzoening gaan ongelovigen naar de hemel:

Dat is niet iets dat bij alverzoening wordt geleerd. Mensen gaan niet “automatisch” na een tijdje naar de hemel. De straf bekeert. Verzoening is meer dan alleen vergeving, het is meer dan dat de zondaar zijn straf heeft gehad. Verzoening betekent dat de oude mens sterft en de nieuwe mens geboren wordt, dat het weer goed is tussen God en die mens.


Sommigen vinden het misschien een bezwaar dat ook mensen die gruwelijke misdaden hebben begaan uiteindelijk in de hemel komen. Dit terwijl de meeste christenen ook geloven dat een moordenaar gered kan worden wanneer hij vlak voor zijn dood oprecht berouw krijgt en tot geloof komt. Waarom dan niet na de dood?


De straf is rechtvaardig en passend. De dreigteksten zijn er niet voor niets en ook het boek Openbaring is redelijk duidelijk over de ernst van de straf. Verder moeten we het oordeel aan God overlaten: God zal als onze wreker optreden. Als God een zondaar met zich verzoent, wie zijn wij dan om die zondaar niet te vergeven en in plaats daarvan te blijven haten?


Wat is er verkeerd aan wanneer God misdadigers, gestraft met een ernstige en rechtvaardige straf, verandert in een nieuwe schepping en de zonde uit hen haalt?

Wat is er vervelend aan dat God zoveel genade en geduld heeft?


Wat is er mis mee dat de zonde, de dood, uiteindelijk over niemand het laatste woord heeft?


Is redding door straf geen gedwongen bekering? Kan bekering door straf?

Filosofen als Plato leerden al dat tuchtiging moet leiden tot deugd. Een goede straf voedt op. Er zijn tal van voorbeelden waarin mensen onder meer door een geschikte straf geleerd hebben het goede te doen en het kwade te laten. Door kwaad te bestraffen wordt erger voorkomen. Wellicht ervaart de gestrafte dit tijdens de straf niet zo, maar wanneer deze tot inzicht is gekomen en beseft dat hij of zij op de verkeerde weg zat, wordt duidelijk hoe nuttig de straf was. Misschien zijn mensen niet in staat om zo te straffen dat de straf dit doel dient, maar God zeker wel! De tuchtiging van God zal leiden tot inzicht, wat zal leiden tot geloof en bekering.


Overigens denken sommigen dat de straf een pijniging is, martelen totdat men toegeeft. Gods straf hoeft niet te bestaan uit marteling en pijniging. God vergeldt een ieder naar zijn werken, staat in de bijbel. Als iemand weet hoe mensen effectief geconfronteerd kunnen worden met de gevolgen van het kwaad, dan zeker God.


Zijn mensen wel vrij als van tevoren al vaststaat dat uiteindelijk iedereen zal worden gered? Ja, want niemand wordt tegen zijn wil gered. Maar wie een vrije wil heeft zal uiteindelijk beseffen dat het alleen maar goed is om bij God te zijn en dat er geen enkele reden is om het niet te willen. Dat is het ware inzicht.


De gelovigen in de hemel zijn daar toch ook uit vrije wil, of worden ze gedwongen om in de stad te blijven? Uiteraard willen ze zelf bij God zijn!


Had Saulus een vrije wil, toen God ingreep en zich aan hem liet zien? Had Mozes een vrije wil, toen God verscheen in een brandende struik? God greep in, maar werden ze gedwongen? Saulus had door kunnen gaan met het vervolgen van de Christenen. Maar die keuze maakte hij niet! Saulus werd Paulus toen hij de waarheid leerde kennen.


Iedereen zal uiteindelijk de waarheid leren kennen. God kent het hart van mensen. Zij zullen niet de stad in gedwongen worden, maar gered worden wanneer ze zich van harte bekeren.


Als alverzoening waar is, kun je net zo goed ‘leven zoals je wil’:

Dit is een merkwaardige tegenwerping. Het lijkt zo net alsof de straf de enige reden is dat mensen leven naar Gods wil.


Een wedergeboren Christen leeft toch niet uit angst voor het oordeel, maar uit liefde voor God?


En een oprecht Christen zal toch niet bewust kiezen om te zondigen?


Een bekeerd Christen weet toch dat zondigen niet goed is?


Bovendien is het echt geen optie om te kiezen voor de straf. Een leven vol zonde heeft consequenties. Ook al heeft de straf een einde, het is nooit een optie. Waarom zou de straf oneindig moeten zijn, in plaats van “enkel” lang en pijnlijk, om een reden te zijn om goed te leven?


Gods straf is de gerechtigheid waar vervolgende Christenen naar uitzien. Dat de straf een doel heeft, is hoopgevend wie bezorgd is om het uiteindelijke lot van de velen die zonder Christus zijn gestorven. Het is geen reden om een slecht en zinloos leven te leiden.


Als de hel niet voor altijd is, dan is de hemel ook niet voor altijd:

Deze tegenwerping is gebaseerd op Matteüs 25, waar een eonisch leven en eeneonische straf naast elkaar staan.


De gedachte is: als de straf eindig is, dan is het leven ook eindig.


Maar wat betekent eonisch (aionios)?


Een eon is een onbepaalde tijd, vaak een ononderbroken tijdsperiode van onbekende lengte. Het wordt gebruikt voor tijdsperioden die niet vluchtig of kortstondig zijn, maar lang. Een eon kan ook een specifieke periode zijn, zoals “de moderne tijd”. Het was in die tijd al gebruikelijk onder Joodse theologen om te spreken over meerdere eonen. In dit geval gaat het ook over een specifieke eon: de eon na het oordeel. De eonische straf is de straf in de eon na het oordeel, en heeft een eonisch karakter, dat wil zeggen dat het niet vluchtig en kort is.


Het woord eonisch zegt in feite niets over de vraag of het een eindige of eenoneindige periode is!


Dat het leven nooit eindigt, kun je dus niet rechtstreeks afleiden uit de woordeneonisch leven! Wel lezen we in de bijbel dat we een onsterfelijk lichaam krijgen en dat de dood is overwonnen, onder andere in 1 Korintiërs 15:53-54. Dat allen levendgemaakt zullen worden lezen we in 1 Korintiërs 15:22. Dat allen rechtvaardigen zullen worden, in Romeinen 5:18-19. Dat Christus’ offer meer dan genoeg is, in Romeinen 5:14. Dat God door Christus alles met zich verzoend heeft, in Kolossenzen 1:20.


Teksten genoeg die laten zien dat het uiteindelijke doel het leven met God is, voor alle mensen. Het zou vreemd zijn als er aan de nieuwe schepping alsnog een eind komt en onze nieuwe onsterfelijke lichamen alsnog sterven. Maar het is niet vreemd als aan de straf een einde komt. De straf is rechtvaardig en passend en heeft bekering als doel – daarom is het geen eindtoestand.

Stellingen

Onderstaande lijst is een lijst van stellingen van het Christelijk universalisme. Sommige van deze stellingen zijn een reactie op tegenwerpingen, zoals de theorie dat bijbelteksten over Gods wil niet daadwerkelijk gaan over Gods wil, of de gedachte dat mensen die niet in dit leven tot geloof komen, na dit leven geen oprecht berouw zouden kunnen krijgen en niet meer tot God zouden kunnen komen.

  1. Over wat God wil volgens de bijbel:

    1. God wil dat alle mensen worden gered (1 Timoteüs 2:4).
    2. God wil dat alle mensen de waarheid leren kennen (1 Timoteüs 2:4).
    3. God wil dat allen tot inkeer komen (2 Petrus 3:9).
    4. God wil niet dat iemand verloren gaat (2 Petrus 3:9).

  2. Over Gods almacht: 

    1. God is de almachtige schepper van hemel en aarde. Als er een oordeel is, dan is dat omdat God dat wil. Als er een straf is, dan is dat omdat God dat wil. Als mensen gered worden, dan is dat omdat God dat wil. Als God oordeel en straf wil gebruiken tot bekering, dan kan Hij dat. Niets kan God tegenhouden om mensen ook na dit leven te redden.

  3. Over Christus’ overwinning aan het kruis:

    1. Als God de dood volledig heeft overwonnen (1 Korintiërs 15:26,54), dan kan de dood geen definitieve macht hebben.
    2. Als mensen permanent verloren gaan dan hebben, wat die mensen betreft, zonde en dood gewonnen en is de macht van zonde en dood niet daadwerkelijk en definitief gebroken.
    3. Als er voor altijd een plek zou bestaan vol lijden en haat en pijn en dood, dan zou er voor altijd een rotte plek in Gods wereld blijven.
    4. De genade gaat de overtreding van Adam verre te boven. Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger (Romeinen 5:15).
    5. In Kolossenzen 1:19-20 schrijft Paulus: Het heeft heel de volheid behaagd in Christus te wonen en alles met zich te verzoenen door hem, die vrede heeft gebracht door het bloed van het kruis, [door hem] zowel dat op de aarde als dat in de hemel.
    6. Christus is voor alle mensen gestorven en God heeft door Christus de wereld met zich verzoend (2 Korintiërs 5:14-19).

  4. Over Gods rechtvaardigheid en de aard van de straf: (Sommigen beweren dat God niet alleen liefdevol, maar ook rechtvaardig is, en dat alleen een straf zonder mogelijkheid tot bekering aan Gods rechtvaardigheid zou voldoen. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. De straf heeft een corrigerend karakter. Dit is onder andere af te leiden uit het gebruik van kolasis (Matteüs 25:46) en kolazo (2 Petrus 2:9) die gaan over een corrigerende staf, een straf die inkeer als doel heeft, een tuchtiging. Als het wel ging om een straf uit wraak, dan zou het woord timoria gebruikt zijn.
    2. Jezus leerde dus wel degelijk dat bekering na het oordeel mogelijk is (Matteüs 25:46), maar de prediking van Jezus was vooral gericht op bekering hier en nu en niet op de vraag of de straf de eindtoestand is of bekering als doel heeft. Het is daarom niet vreemd dat Jezus nergens dieper ingaat op dit aspect van de straf. Bovendien kennen we via de evangeliën slechts fragmenten uit het onderwijs van Jezus en heeft Jezus zelf gezegd dat er dingen waren die Hij nog zou willen vertellen maar die de discipelen nog niet zouden begrijpen (Johannes 16:1-16).
    3. In de bijbel staat dat zondige mensen verloren gaan, maar ook dat Jezus is gekomen om wat verloren is te zoeken en te redden. Het verloren-zijn is in de bijbel geen eindtoestand. Als één schaap verloren is, laat de herder de kudde achter om het ene dier te zoeken. De verloren zoon was dood maar werd weer gevonden.
    4. Paulus gebruikt in 2 Tessalonicenzen 1:9 het woord olethron(verderf), dat hij in 1 Korintiërs 5:5 als volgt gebruikt: U moet die persoon aan de satan uitleveren, tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest zal worden gered op de dag van de Heer. Met olethronwordt het verderf van de oude mens bedoeld. Het verderf van de oude mens heeft positieve gevolgen!
    5. Zolang iemand zich verzet tegen God en tegen Gods redding, is diegene verloren. Maar zodra iemand dit verzet opgeeft, zijn bekering en verzoening mogelijk. Daarom kan God altijd mensen blijven redden. Aangezien God wil dat alle mensen worden gered en dat niemand verloren gaat, is het niet zo dat God zou willen dat mensen voor altijd verloren zouden blijven.
    6. Als vanwege Gods rechtvaardigheid mensen moeten worden gestraft, dan geldt dit ook voor de mensen die worden gered. Bovendien is er al iemand gestraft: Jezus Christus heeft de straf gedragen. Als een rechtvaardig God uit liefde en genade enkelenkan redden, dan kan een rechtvaardig God ook uit liefde en genade velen redden, ja, dan kan een rechtvaardig God uit liefde en genade zelfs allen redden.
    7. Als ook maar iemand door oordeel en straf tot bekering zou kunnen komen, dan kan God ook dan mensen redden en dan is een permanente, definitieve hel, waaruit niemand gered wordt, strijdig met de gedachte dat God alle mensen wil redden.

  5. Over Gods rechtvaardigheid en de lengte van de straf: (Sommigen beweren dat God niet alleen liefdevol, maar ook rechtvaardig is, en dat alleen een eindeloze straf aan Gods rechtvaardigheid zou voldoen. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. Er is geen bijbelse grond voor de stelling dat het rechtvaardig is om fouten begaan in een tijdelijk leven te bestraffen met een oneindige straf.
    2. Een eindeloze straf staat haaks op het beginsel van proportionaliteit, dat de basis vormt voor rechtvaardigheid. Een eerlijk, rechtvaardig oordeel met een passende straf die leidt tot bekering, zodat slechte mensen rechtvaardigen worden in plaats van zondaren, is rechtvaardiger dan een eindeloze straf voor daden in een kort, eindig leven.
    3. De stelling dat een rechtvaardige straf een oneindige duur moet hebben, is daarom een theologisch verzinsel om te kunnen verklaren waarom een rechtvaardig God mensen voor altijd zou straffen.
    4. Een zonde waarvoor geen vergeving is, is niet een zonde die eenoneindige straf tot gevolg heeft. Het is een zonde waarvoor straf noodzakelijk is, een zonde die niet ongestraft kan blijven. In Matteüs 12 en Marcus 3 staat niet dat de straf oneindig (aidios) is, maar eonisch en in de eon.
    5. Wanneer Jezus over de straf spreekt, gebruikt hij niet de begrippen die de Farizeeën, die geloofden in een oneindige wraakstraf, gebruikten. In plaats van aidios (altijd) en timoria(wraakstraf) gebruikt Jezus aionios (een intensieve of lange periode) en kolasis (een corrigerende straf, een tuchtiging). Als Jezus in Matteüs 25:46 en Paulus in 2 Tessalonicenzen 1:9 een oneindige straf bedoelden, dan zouden zij het woord aidiosgebruikt hebben.
    6. In Klaagliederen 3:31-32 staat: de Heer verwerpt niet voor eeuwig; als Hij leed berokkent, ontfermt Hij zich ook, zo groot is zijn genade.
    7. Jezus maakt (in Lukas 12:46-48, Matteüs 11:21-22 en Matteüs 23:14) onderscheid tussen zware straffen en lichte straffen. Een eindeloze straf kent per definitie geen gradaties, omdat het oneindig is. Ook in Romeinen 2:5, 2 Korintiërs 11:5, 2 Timoteüs 4:14 en Openbaring 22:12 vinden we een gradaties van straf terug: “God zal een ieder vergelden naar zijn werken”

  6. Over de vraag of iedereen een gelijke kans heeft wanneer alles afhangt van de vrije wil: (Sommigen beweren dat een eindeloze straf eerlijk is omdat iedereen een gelijke kans heeft. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. Volgens sommigen is het eerlijk en rechtvaardig als God mensen een vrije keuze geeft om voor altijd naar de hemel of naar de hel te gaan, omdat iedereen evenveel kans zou hebben. Maar als de vrije wil de beslissende rol speelt, dan heeft niet iedereen evenveel kans.
    2. Mensen die in een Christelijk gezin geboren worden hebben een oneerlijke voorsprong ten opzichte van andere mensen.
    3. Gebeurtenissen in iemands leven zorgen er vaak voor dat iemand het geloof kwijtraakt of nooit tot geloof komt.
    4. Sommige mensen worden oud en hebben ruim de gelegenheid om tot geloof te komen. Andere mensen sterven jong en hebben geen gelegenheid om tot geloof te komen.
    5. Er zijn mensen die nooit het evangelie gehoord hebben.

  7. Over de “vrijheid” van de vrije wil: (Sommigen beweren dat de eindeloze straf rechtvaardig is omdat mensen geheel vrij zijn om onafhankelijk keuzes te maken. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. Mensen hebben een beperkt vermogen om te redeneren en keuzes en alle consequenties te overzien.
    2. Het is onmogelijk om keuzes te maken zonder de keuzes te kennen. Alle kennis over keuzes en hun gevolgen is subjectief en gekleurd door eerdere ervaringen.
    3. De vrije wil is daarom zeer beperkt en niet in staat om objectieve onafhankelijke beslissingen te maken.
    4. Alle keuzes van mensen worden beïnvloed, niet alleen bij kleine dingen, maar ook bij belangrijke dingen.
    5. Mensen kunnen worden misleid door verkeerde informatie over God of door overheersende negatieve ervaringen.
    6. In veel dingen hebben we totaal geen vrije keuze: om geboren te worden, welke ouders we hebben, wanneer we ziek zijn of gezond, wanneer we sterven, of God ons echt redt, enzovoort.
    7. Veel mensen die het geloof verwerpen maken geen bewuste keuze tegen God of een bewuste keuze voor de hel. Het is bijvoorbeeld al geen bewuste keuze tenzij men er zelf van overtuigd is dat God bestaat.
    8. De vrije wil is verdorven door de zonde en dus niet werkelijk vrij, maar gebonden.

  8. Over de “twee soorten wil van God”: (Sommigen beweren dat de bijbel niet leert dat God echt wil dat alle mensen worden gered. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. Het is niet zo dat wanneer in de bijbel staat dat God wil dat alle mensen worden gered, dit enkel een “wensende” of “weerstaanbare” wil is in plaats van iets dat God echt werkelijkheid wil laten worden.
    2. Dat de mens ongehoorzaam is, betekent niet dat God het daarbij laat. Het verhaal van Jona illustreert hoe een ongehoorzaam mens uiteindelijk toch Gods wil doet.
    3. De suggestie dat als God zegt dat Hij iets wil en dit niet daadwerkelijk Gods wil is, maar God in feite iets anders wil, impliceert dat de bijbel dan niet de waarheid spreekt over God.
    4. Voor ‘willen’ bestaan twee Griekse woorden: thelo en boulomai. Beide woorden betekenen vrijwel hetzelfde en beide woorden worden gebruikt voor de wil van God om alle mensen te redden (thelo in 1 Timoteüs 2:4 en boulomai in 2 Petrus 3:9). Er is geen duidelijke reden vanuit de grondtekst om een onderscheid te maken tussen dingen die God wil en uitvoert en dingen die God wil en geheel aan de medewerking van mensen overlaat.
    5. Het verschil tussen twee soorten ‘wil van God’, namelijk Gods verborgen wil en Gods geopenbaarde wil, is enkel een theologische constructie om te kunnen verklaren dat mensen tegen Gods wil in kunnen gaan.
    6. Het onderscheid tussen Gods onweerstaanbare wil (Gods raadsbesluit) en Gods weerstaanbare wil dus is een onderscheidachteraf, een onderscheid dat gemaakt wordt op grond van theologische vooronderstellingen.
    7. Het onderscheid is mede gebaseerd op de aanname dat alles wat God wil onmiddellijk werkelijkheid zou moeten zijn, in plaats van dat alles wat God wil uiteindelijk werkelijkheid moet zijn.

  9. Over de vraag of mensen zich kunnen bekeren: (Sommigen beweren dat er mensen zijn die altijd tegen God zullen kiezen en die God niet kan bekeren. Deze stellingen zijn een reactie op die redenering.)

    1. Er is geen bijbelse grond voor de visie dat mensen in staat zijn om iets nooit meer te willen, om nooit meer op een besluit terug te komen, nooit spijt te hebben van een keuze. Mensen kunnen altijd hun standpunten wijzigen en spijt krijgen van eerdere beslissingen.
    2. Voor de stelling dat de hel van binnenuit gesloten is omdat de verdoemden er zouden willen blijven is geen bijbelse grond.
    3. Voor de stelling dat het onmogelijk is om door de straf spijt te krijgen is geen bijbelse grond. Woorden als kolasis en kolazoimpliceren juist dat bekering het doel is van de straf.
    4. Het is onjuist om de redding na het oordeel een ‘tweede kans’ te noemen. Het is een straf die uitmondt in bekering, niet een kans.
    5. Als mensen een vrije wil hebben en voldoende kennis over de keuzes en de consequenties, dan zullen ze altijd de keuze maken die hen het meest goed lijkt. Als zij dit niet zouden doen, dan zou de wil niet vrij zijn. De consequentie is dat zodra iemand ervan doordrongen is dat het beter is om gered te worden, diegene die keuze zal maken als hij een vrije wil heeft. Het is dus niet zo dat mensen met een volledig vrije wil voor altijd ‘in de hel zouden willen blijven’.

  10. Over hoe de straf eruit ziet:

    1. De meeste ideeën over hoe de straf eruit ziet zijn speculatie. Er is in de bijbel vrijwel niets concreets over te vinden.
    2. In het Oude Testament is er geen sprake van een scheiding tussen hemel en hel; enkel termen als ‘het dodenrijk’ (sheol) komen voor.
    3. In het Nieuwe Testament wordt voor hel de woorden hades(Griekse vertaling van sheol) en gehenna gebruikt. Wanneerhades wordt gebruikt dan heeft dat dezelfde betekenis als sheol in het Oude Testament. Gehenna werd vaker gebruikt als aanduiding voor een straf als resultaat van een oordeel in de discussies tussen verschillende Joodse theologische stromingen in de eeuwen voor de geboorte van Christus.
    4. Wanneer Jezus spreekt over het Gehenna, de buitenste duisternis, het onblusbare vuur, de worm die blijft knagen, dan is het beeldspraak om de ernst van de straf over te brengen op de luisteraars. Een onblusbaar vuur is als een onblusbare brand. Niet een vuur dat nooit dooft, maar een vuur dat niet geblust kan worden. Een vuur dat je als mens niet kunt tegenhouden, maar dat ophoudt met branden als God dat wil.
    5. De gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus is eengelijkenis, met elementen uit de verhalen over het hiernamaals die in die tijd door de religieuze leiders geleerd werden. Het gaat er in dat verhaal niet om hoe hemel en hel eruit zien, maar onder andere dat de rijke man naar het vuur en de arme bedelaar naar de hemel gaat, het tegenovergestelde van wat de Farizeeën leerden.